Nieuwsberichten Hier staat het laatste nieuws van Task Force Indisch Rechtsherstel

In Memoriam Rudi Hoenson

31 mei 2020

Met grote verslagenheid vernamen wij dat woensdag 27 mei jl. Rudolph (Rudi) Hoenson op 96-jarige leeftijd is overleden. Rudi was de laatste Nederlandse ex-dwangarbeider van het Japanse Mitsubishi-kamp Fukuoka 14B. Hij overleefde de atoombom op Nagasaki en zette zich daarna in voor erkenning van zijn mede-veteranen.

Rudi Hoenson werd in 1923 geboren in Semarang, voormalig Nederlands-Indië. Hij genoot van een onbezorgde, zonnige jeugd. Zijn moeder had een damesmodezaak en zijn vader runde diverse bioscopen. De naderende oorlog zou Rudi’s leven voorgoed veranderen.

Het was kort na de Japanse aanval op Pearl Harbour (december 1941) dat Rudi in dienst ging bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) om zijn land te gaan verdedigen tegen de Japanse bezetter. Rudi was toen 18 jaar. Net als tienduizenden andere KNIL-militairen wachtte hem echter 3,5 jaar krijgsgevangenschap.

Hell ship
Na drie maanden in de beruchte Changi gevangenis te Singapore opgesloten te zijn geweest, werd hij op een hell ship, in het ruim opeengepakt met 200 andere krijgsgevangenen, naar Japan getransporteerd. Daar werd hij in kamp Fukuoka 14 tewerkgesteld als lasser op de Mitsubishi-scheepswerf in Nagasaki. Het werk was onmenselijk zwaar. “Je moest op grote hoogte werken in de openlucht, vaak onder extreme weersomstandigheden en zonder enige bescherming of vangnet”, vertelde hij enige jaren geleden aan Task Force Indisch Rechtsherstel (TFIR), de stichting die de laatste jaren zijn belangen behartigt op het gebied van rechtsherstel. “Het is een wonder dat ik het er levend vanaf gebracht heb.”

Atoombom
Op 6 augustus 1945 gooit Amerika de eerste atoombom op Hiroshima. De bom kreeg de eufemistische bijnaam ‘Little Boy’, maar de verwoesting was onvoorstelbaar groot. Amper drie dagen later, op 9 augustus om 2 minuten over 11 ‘s morgens, volgde de tweede atoombom ‘Fat Man’, ditmaal op Nagasaki. Het aantal doden van de atoombom op het dichtbevolkte Hiroshima wordt eind 1945 geschat op circa 250.000 en 70.000 in Nagasaki. De aantallen slachtoffers liepen verder op als gevolg van stralingsziekten zoals kanker. Wat vaak vergeten wordt, is dat in en nabij Hiroshima en Nagasaki ook diverse krijgsgevangenkampen gelegen waren. Onder de slachtoffers bevonden zich ook Nederlandse krijgsgevangenen.

Rudi Hoenson overleefde de bom op Nagasaki. Wat hij en zijn lotgenoten hebben meegemaakt is onvoorstelbaar afschuwelijk. Alles was weggevaagd of stond in brand. Overal lagen zwaar verminkte lijken en het gebied was bezaaid met lichaamsdelen. “Dante’s hel was er niets bij.” De beelden, met name die van de dode vrouwen en kinderen te midden van de brandende chaos bleven hem kwellen in nachtmerries, vooral op latere leeftijd.

Na de oorlog
Na de oorlog verliet Rudi het KNIL en vertrok naar Nederland. Hij was ernstig ziek en kampte nog jaren met de lichamelijke gevolgen van de straling. In 1951 emigreerde hij naar Canada, waar hij door hard te werken een succesvol zakenman werd. Rudi trouwde in 1956 met de Canadese Sylvia Mae, de liefde van zijn leven. “Zij was mijn redding. Ik heb het aan haar te danken dat ik erbovenop gekomen ben.”

Rudi begon zich in te zetten voor diverse goede doelen, waaronder de zorginstelling voor bejaarde oorlogsveteranen in zijn woonplaats Victoria. Na de dood van zijn vrouw in 2008 concentreerde hij zich op het doorgeven van zijn verhaal, zodat zijn kameraden uit kamp Fukuoka 14 niet vergeten zouden worden.

Strijd tegen onrecht
Een deel van Rudi’s verhaal betreft het uitgebleven rechtsherstel van KNIL-militairen en ambtenaren uit het voormalig Nederlands-Indië. Nederland is het enige land ter wereld dat haar personeel nooit de 3,5 jaar achterstallig salaris heeft uitbetaald waar het recht op had, over de tijd dat zij in Japanse krijgsgevangenschap moesten doorbrengen. Dat onrecht is anno 2020 nog steeds niet naar behoren opgelost.

Eind 2015, na 70 jaar protest vanuit de Nederlands-Indische gemeenschap, kwam de zogeheten backpay-regeling tot stand: aan een handjevol hoogbejaarde rechthebbenden werd een eenmalige tegemoetkoming van 25.000 euro uitgekeerd. Adder onder het gras bleek de peildatum: je moest op 15 augustus 2015 nog wel in leven zijn, dus weduwen en andere nabestaanden van rechthebbenden die vóór de peildatum waren overleden, werden uitgesloten van de regeling. Bovendien zou het werkelijke bedrag met indexatie ruim het driedubbele moeten bedragen.

Rudi Hoenson vond het een grote schande en heeft dat middels een open brief aan de toenmalige staatssecretaris van VWS, Martin van Rijn, kenbaar gemaakt. Hoenson schonk per direct het ontvangen bedrag aan de zorginstelling voor oorlogsveteranen in zijn woonplaats. Hij vond het verschrikkelijk dat de Nederlandse regering de weduwen en nabestaanden zo in de kou liet staan. “Ik zou mij werkelijk schamen als ik dit geld zou uitgeven voor mijn eigen plezier, terwijl duizenden andere rechthebbenden dit bedrag niet van u hebben mogen ontvangen”, schrijft Hoenson. Zijn brief ging viraal op sociale media.

Erkenning
Zoals veel vergeten KNIL-militairen uit de Tweede Wereldoorlog had Rudi Hoenson nooit de militaire onderscheidingen ontvangen waar hij recht op had. Marco Huysdens, die zich vrijwillig en belangeloos inzet voor deze erkenning voor KNIL-militairen heeft Rudi alsnog kunnen voordragen voor zijn welverdiende Mobilisatie Oorlogs Kruis en het Ereteken Orde en Vrede. In zijn speech tijdens de uitreiking zei Rudi: “Ik deel deze eer met al mijn mede-veteranen die ook recht hadden op deze onderscheidingen, maar deze nooit hebben ontvangen.”

In 2017 werd Hoenson door de Japanse autoriteiten officieel erkend als hibakusha, overlevende van de atoombom op Nagasaki. Het is uitzonderlijk dat geallieerde voormalige krijgsgevangenen dit certificaat ontvangen. Er ging een lange en voor Rudi intensieve aanvraagprocedure aan vooraf. Voor hem was het veel meer dan een papieren certificaat: het betekende een tastbare erkenning van wat hij en zijn mede-krijgsgevangenen van Fukuoka 14 in Nagasaki hadden meegemaakt.

Rudi bleef aandacht te vragen voor de mannen van Fukuoka 14. Hij hield toespraken tijdens herdenkingen en gaf interviews aan de Canadese kranten, radio en tv. Ook plantte hij in de Japanese Gardens in Victoria een bijzonder boompje, afkomstig van een zaadje van een Ginkgo Biloba (Japanse notenboom) dat de atoombom op Hiroshima had overleefd.

Hij schreef een bijzonder gedicht over wat hem was overkomen: ‘Atom Lament’ (Klaagzang voor een atoombom), dat hij graag voordroeg. Rudi Hoenson liet geen enkele gelegenheid onbenut om een ieder te waarschuwen voor de gruwelen van kernwapens. Als ervaringsdeskundige deed het hem veel pijn om te zien dat veel landen in dat opzicht nauwelijks iets hadden geleerd van de Tweede Wereldoorlog. Rudi pleitte dan ook vol vuur voor een kernwapenvrije wereld.

Monument
Het was zijn grootste wens om een monument ter nagedachtenis van de krijgsgevangenen te realiseren op de locatie van kamp Fukuoka 14 te Nagasaki. Alle pogingen daartoe zijn tot nu toe tevergeefs geweest, aangezien die plek nog steeds op het terrein van Mitsubishi ligt. De mannen die net als Rudi door Mitsubishi werden gebruikt om dwangarbeid te verrichten op de scheepswerf van het Japanse bedrijf kregen nooit excuses, noch compensatie.

Het omstreden oorlogsverleden van Mitsubishi haalde onlangs nog het nieuws toen het voor een slordige 4 miljard euro de nieuwe eigenaar werd van het Nederlandse energiebedrijf Eneco. Ook toen weigerde Mitsubishi elk contact met slachtoffers en nabestaanden. Ondanks dat Rudi na 75 jaar niet meer zat te wachten op excuses, wist hij dat het voor anderen wel degelijk van belang zou kunnen zijn voor de verwerking en afsluiting van een uitermate pijnlijk hoofdstuk in een mensenleven.

Bijzonder mens
Rudi was een bijzonder mens met een enorm doorzettingsvermogen, grote levenslust en een heerlijk gevoel voor humor dat hij ondanks alle ellende nooit kwijtraakte. Rudi’s verhaal is er een dat het verdient om verteld te blijven worden. Het leert ons te relativeren, het vertelt ons over de irrationaliteit van oorlog en over hoe belangrijk het is om iets goeds te doen voor een ander. We zullen zijn verhaal blijven vertellen.

Rudi Hoenson zou op 7 juli a.s. 97 jaar geworden zijn. We zullen je vreselijk missen, Rudi. Het was een groot voorrecht om je te kennen. Selamat Jalan.

In Memoriam: Rudi Hoenson (7 juli 1923 – 27 mei 2020)

Lees ook: