dinsdag 9 november 2021

Expo Rotterdamse Molukkers op de Lloydkade

De succesvolle expositie 'Lain Sayang Lain' die in juli opende in Barak 1B in Kamp Vught krijgt nu een vervolg in Rotterdam! Op de plek waar in 1951 de eerste Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen aankwamen, staan 10 levensgrote portretten van 4 generaties Rotterdamse Molukkers opgesteld, vergezeld van hun verhalen. Je kunt ze niet missen, want 6 van de portretten zijn maar liefst 3 bij 4 meter groot!

De foto's zijn gemaakt door Suzanne Liem en Sylvia Pessireron verzorgde de teksten. Deze bijzondere buitenexpositie is de hele maand november te zien op de Lloydkade in Rotterdam.

Artikel Omroep Delft: https://www.omroepdelft.nl/demo/nieuws/de-weg-over-afwijzing-verlies-veerkracht-en-hoop


maandag 8 november 2021

Website-update TFIR

Onze website heeft een nieuw uiterlijk gekregen! Met de nieuwe aanpassingen hopen wij u nog beter van dienst te kunnen zijn. 



zondag 21 maart 2021

Op dienstbevel naar Nederland

13 februari 1951. De Molukse KNIL-militairen, die op dat moment een tijdelijke Koninklijke Landmacht status hadden, verblijven op Java. De weg naar hun thuisland is afgesloten door de Indonesische regering. Die is woedend op de Molukkers. In plaats van op te gaan in de jonge Indonesische staat, kozen zij voor hun eigen onafhankelijkheid. Indonesië weigerde de Molukse republiek te erkennen, want ‘zonder Ambon is er geen Indonesië’, aldus toenmalig president Sukarno. Het Molukse volk moest op de knieën worden gebracht. Maar dat kon alleen als het Indonesische leger geen tegenstander van formaat trof. Dus moesten de goed opgeleide en zeer ervaren KNILers weg. Omdat ze onder de verantwoordelijkheid van Nederland vielen, moest die voor een oplossing zorgen.

De KNILers werden voor drie keuzes gesteld: demobilisatie ter plekke, afvoer naar de Zuid-Molukken of tijdelijke afvoer naar Nederland. Demobilisatie op Java stond gelijk aan zelfmoord, want de KNILers werden omringd door groepen die zij tijdens de Bersiap, de Dekolonisatieoorlog en de acties in Makassar hadden bestreden. In het besef dat Maluku door Indonesische troepen zou worden bezet, viel de keuze voor een tijdelijk verblijf in Nederland ook af. Ze kozen voor afvoer naar hun eigen land, maar daar stak de Indonesische regering onmiddellijk een stokje voor. De soldaten kregen een dienstbevel: ze móésten naar Nederland. Wie weigerde, kreeg op staande voet ontslag.

In februari 1951 vertrok de Kota Inten naar Nederland. Op 21 maart 1951 zetten de eerste Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen hier voet aan wal. Precies 70 jaar geleden.

Task Force Indisch Rechtsherstel

Bloemencorso in Zeeland 1953,
collectie Moluks Historisch museum

70 jaar Molukkers in Nederland

Vandaag herdenken we dat op 21 maart 1951 de Kota Inten aanmeerde aan de Lloydkade in Rotterdam, met aan boord de eerste groep Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen. Ze waren in februari op dienstbevel vanuit Soerabaja naar ons land vertrokken. Uiteindelijk kwamen 12.500 Molukkers naar Nederland. Hun verblijf hier zou maar tijdelijk zijn: hooguit 6 maanden. Inmiddels zijn we 70 jaren en een loze belofte van de Nederlandse regering verder. 

De komende tijd besteden diverse media aandacht aan dit herdenkingsjaar. Zo bracht het NPO-radioprogramma 'Hilversum uit' een bezoek aan de Molukse wijk in Moordrecht, die momenteel zwaar getroffen is door corona. Molukkers van 4 generaties vertellen hun verhaal. Luister hier terug: https://www.nporadio1.nl/hilversum-uit

De uitspraak van Indik Kastanja (58) ontroert ons en zegt eigenlijk alles: "Die pijn is er altijd. De pijn van onze ouders draag je mee."

RESPECT 

Task Force Indisch Rechtsherstel


maandag 1 februari 2021

Slag in de Javazee: 27 februari 1942

Op 27 februari staan we stil bij de 1.174 slachtoffers van de drie door de Japanners getorpedeerde Nederlandse oorlogsschepen: Hr. Ms. De Ruyter, Hr. Ms. Java en Hr. Ms. Kortenaer. De gezonken schepen zijn oorlogsgraven met beschermde status. Toen nabestaanden in 2016 op locatie een duikexpeditie organiseerden om hun geliefden te gedenken, kwamen ze tot de afschuwelijke ontdekking dat de scheepswrakken met daarin nog stoffelijke resten waren verdwenen.

Na een gesprek tussen premier Mark Rutte en de Indonesische president Joko Widodo besloten Nederland en Indonesië eind 2016 samen onderzoek te doen naar de kwestie. Minister van Defensie Ank Bijleveld meldde in 2018 aan de Tweede Kamer dat het gezamenlijk onderzoek niets had opgeleverd.

Een groep onafhankelijke onderzoeksjournalisten van de Indonesische nieuwssite Tirto bracht de waarheid wél aan het licht. De schepen zijn illegaal geborgen om het ijzer te verkopen. Indonesië verklaarde eerder géén vergunning voor berging te hebben afgegeven.

Tirto meldde begin 2018 dat er wel degelijk een vergunning is verleend door de Indonesische autoriteiten om de schepen te bergen en verschroten. De stoffelijke resten van de overleden zeelieden zouden zijn gedumpt in een massagraf op Oost-Java, niet ver van de havenplaats Brodong waar de wrakken in stukken zouden zijn gezaagd.

Bijleveld wil wel dat de zaak verder wordt uitgezocht, maar Nederland kan niet zelfstandig op onderzoek uit in Indonesië. Het initiatief ligt daarom volledig bij de autoriteiten in Jakarta. En Jakarta zwijgt.

In 2019 werd bekend dat ook twee gezonken Nederlandse onderzeeboten, de O16 en de KXVII, in Maleisische wateren zijn verdwenen. Beide onderzeeboten voeren in december 1941 op Japanse zeemijnen.

EN TOEN WERD HET STIL …

Het is volgens internationaal recht verboden om oorlogsgraven te schenden, laat staan de schepen te bergen, zonder toestemming van Nederland. Ook het internationale humanitaire oorlogsrecht beschermt oorlogsgraven.

RESPECT – HORMAT

Task Force Indisch Rechtsherstel

~ ~ ~ ~ ~

Meer info? Klik hieronder voor enkele publicaties:

Volkskrant, 7 juli 2019: Twee wrakken van Nederlandse onderzeeboten verdwenen in Maleisische wateren

DVHN, 14 oktober 2019: Weinig over van scheepswrakken in Javazee

Volkskrant, 25 januari 2018: Onthullingen Indonesische media werpen nieuw licht op onderzoek naar verdwenen Nederlandse oorlogswrakken

TIRTO Indonesia: A RING OF NAVAL WRECK ROBBERS

Wikipedia: Slag in de Javazee

VIDEO Slag in de Javazee, documentaire Omroep Max, 2017

VIDEO Slag in de Javazee, Nederlands Instituut voor Militaire Historie


Screenshots uit de documentaire ‘De slag in de Javazee’
(Omroep MAX):
herdenkingsplaquette duikexpeditie,
schilderij ‘Slag in de Javazee’,
foto overlevenden na de ramp


vrijdag 18 september 2020

18 september 1944: de ondergang van de Junyo Maru

Het Japanse vrachtschip Junyo Maru wordt vlakbij Padang door de Britse onderzeeër HMS Tradewind tweemaal getorpedeerd. Het schip zonk binnen een half uur. Aan boord bevinden zich circa 2500 geallieerde krijgsgevangenen en 4200 romoesja's (waaronder volgens ooggetuigen zelfs kinderen van twaalf tot veertien jaar). Circa 5600 mensen vinden de dood, onder wie 4000 romoesja's.

De ondergang van 'hellship' Junyo Maru is een van de grootste scheepsrampen in de geschiedenis, met bijna vier keer zoveel doden als bij de Titanic in 1912 (1500 slachtoffers). Toch is de Junyo Maru scheepsramp bij het grote publiek nog steeds vrijwel onbekend.

Het schip was onderweg van Java naar Sumatra met als eindbestemming de 220 kilometer lange Pakan Baroespoorweg. Degenen die de ramp overleefden, werden uit zee opgepikt door Japanners en alsnog naar de Pakan Baroespoorweg getransporteerd en daar tewerkgesteld.

Onder de KNIL-militairen bevonden zich ook Surinamers, tien van hen zijn omgekomen.



Junyo Maru

donderdag 3 september 2020

Erkenning voor KNIL-veteranen

Tijdens ons werk bleek dat helaas veel KNIL-veteranen nooit erkenning in de vorm van een militaire onderscheiding hadden ontvangen, terwijl zij daar wél recht op hadden. Als u dit wenst, kan Task Force Indisch Rechtsherstel uw familielid voordragen voor een onderscheiding. Een postume onderscheiding aanvragen is ook mogelijk. Ook deze vorm van erkenning is onderdeel van ons streven naar rechts- en eerherstel. 

In het kader hiervan werken wij samen met met researcher Marco Huysdens, die zich al jaren vrijwillig en kosteloos inzet voor een militaire onderscheiding voor voormalig krijgsgevangenen en KNIL-militairen. De heer Huysdens doet op professionele wijze onderzoek naar de militaire geschiedenis van uw familielid en bekijkt voor welke onderscheiding(en) hij in aanmerking komt.

Voor meer informatie kunt u een mailtje sturen naar stichtingtfir@gmail.com. Wij verwijzen u graag door!

woensdag 2 september 2020

2 september 1945: Japan tekent de overgave

Vandaag 75 jaar geleden kwam op papier officieel een einde aan de Tweede Wereldoorlog. De Japanse minister van Buitenlandse Zaken Mamoru Shigemitsu tekent de Japanse overgave aan boord van de USS Missouri in de baai van Tokio onder toeziend oog van Generaal MacArthur, Geallieerd Opperbevelhebber.

De meeste burger- en krijgsgevangenkampen waren nog niet bevrijd. Bovendien wachtten bersiap en revolutie buiten het prikkeldraad van de jappenkampen. De bevolking van Nederlands-Indië rolde van de ene oorlog in de andere.


Zeg NEE tegen Eneco!

Begin 2020 deed de geplande verkoop van het Nederlandse energiebedrijf Eneco aan het Japanse Mitsubishi veel stof opwaaien, ook in de media. Voorbereidingen voor deze verkoop waren achter de schermen al enige tijd in volle gang. De verkoop van Eneco levert 4,1 miljard euro op voor de 44 aandeelhoudende gemeenten. Voor de 2.775 werknemers van Eneco lag een ‘erkentelijkheidsuitkering’ van 25 miljoen euro klaar als dank voor hun ‘noeste arbeid’. Dat is zo’n 9.000 euro per persoon.

De uitkering staat in schril contrast met de Nederlandse krijgsgevangenen die nooit 1 cent van Mitsubishi kregen voor de dwangarbeid die zij tijdens de Tweede Wereldoorlog moesten verrichten op de Mitsubishi-scheepswerven en in de mijnen.

Er kwam veel verontwaardiging uit alle hoeken van de Indische gemeenschap. De kritiek op een onvoorwaardelijke verkoop (dus zonder excuses en compensatie voor de Nederlandse ex-dwangarbeiders van Mitsubishi en nabestaanden) drong door tot diverse gemeenteraden. Zo protesteerde Stichting Japanse Ereschulden bij de aandeelhoudende gemeenten. Ons team van Task Force Indisch Rechtsherstel (TFIR) zette een schrijfactie op en publiceerde een voorbeeldbrief die mensen konden gebruiken om naar hun gemeente te sturen, waarin ze hun ongenoegen kenbaar konden maken wat betreft een onvoorwaardelijke verkoop van Eneco aan Mitsubishi.

Protest mocht niet baten en de verkoop is inmiddels afgerond. Mitsubishi weigert nog steeds om contact op te nemen met ex-dwangarbeiders en nabestaanden. De aandacht voor de corona-pandemie heeft de kwestie naar de achtergrond verdrongen in de media. Maar u kunt nog steeds een vuist maken tegen het onrecht: 

Verander van energieleverancier!

Bent u klant van Eneco? Maak dan samen met ons een vuist tegen dit grove onrecht en verander van energieleverancier! Dat is in 3 stappen geregeld. Laat Eneco vooral weten dat u overstapt omdat u opkomt voor de ex-dwangarbeiders van Mitsubishi!

INFO CONSUMENTENBOND:



~ ~ ~ ~ ~

Zie ook: 
en 


vrijdag 28 augustus 2020

75 jaar “bevrijding”

‘Wij zijn nooit bevrijd; een bevrijding zoals in Nederland hebben wij nooit gekend,’ aldus een oorlogsslachtoffer uit voormalig Nederlands-Indië.

Op 4 mei 1945 is Indië nog altijd bezet door Japan. Pas drie lange maanden later capituleert Japan. Direct daarna volgt een nieuwe golf van geweld. En dan de overtocht naar Nederland. Om hier te overleven, moet de oorlog worden vergeten. De herinneringen moeten worden begraven. De interneringskampen, de vernedering, troostmeisjes, de niet-betaalde salarissen, dwangarbeid, honger, de Bersiap, de kille ontvangst… Op het Ereveld van Rechtsherstel wordt gerouwd. Elke dag, al 75 jaar lang.

Out of the huts of history’s shame
I rise
Up from a past that’s rooted in pain
I rise
(uit: Still I rise, Maya Angelou)

Task Force Indisch Rechtsherstel


Klaagzang voor een atoombom VIDEO



Nagasaki, 9 augustus 1945. De inslag was om 11.02 in de ochtend. Op dat moment waren er ook geallieerde krijgsgevangenen in Nagasaki, bijvoorbeeld in het Mitsubishi-kamp Fukuoka 14, amper 1800 meter van het epicentrum van de inslag. Onder hen bevonden zich 152 KNIL-militairen. Rudi Hoenson was één van hen.

Rudi overleefde de ramp ternauwernood. Later schreef hij het gedicht Klaagzang voor een atoombom (Atom Lament) over zijn ervaringen. Wij maakten er een videoclip bij,

In de media worden de krijgsgevangenen vaak vergeten. Hetzelfde geldt voor de atoombom op Nagasaki: de meeste aandacht gaat uit naar Hiroshima op 6 augustus. Rudi Hoenson zette zich actief in om daar verandering in te brengen. Met zijn gedicht, in toespraken en interviews vroeg hij aandacht voor zijn lotgenoten van Fukuoka 14.

Als eerbetoon aan Rudi, die op 27 mei 2020 overleed, plaatsen wij hier zijn gedicht. Elk jaar op 9 augustus om exact 11.02 uur in de ochtend herdenken we met twee minuten stilte de krijgsgevangenen van Fukuoka 14. U ook? Veel dank.

maandag 17 augustus 2020

De Voorleessessies - Podcast Sylvia Pessireron


In De Voorleessessies van Theaterfestival Boulevard (Den Bosch) luisteren we naar Indische en Molukse verhalen en reflecties. In deze aflevering leest auteur Sylvia Pessireron fragmenten voor uit haar boek Gesloten koffers en vertelt zij over de achtergrond van haar romans. Na 'De verzwegen soldaat' uit 2012 is 'Gesloten koffers' de tweede gefictionaliseerde roman van Pessireron over de geschiedenis van de Molukkers.

"Ik heb een paar jaar geleden om excuses gevraagd van de Nederlandse regering. Puur vanwege de wijze waarop zij de KNIL-soldaten in 1951 voor de gek hebben gehouden, hebben bedrogen eigenlijk. In de kou gezet. Maar zo ga je gewoon niet met je mensen om en al helemaal niet met mensen van wie je altijd, decennia lang, misschien wel eeuwen lang, hebt gezegd dat ze zo trouw waren aan jou. Is dat dan de wijze waarop je ze bedankt?

Ik zou graag zien dat, linksom of rechtsom, er excuses komen. Je kan niet een bevolkingsgroep 70 jaar lang hier huisvesten zonder je rekenschap te geven van de wijze waarop jij hen hier naartoe hebt gebracht."

zaterdag 15 augustus 2020

vrijdag 14 augustus 2020

Laat de Indië-herdenking met rust

 Sylvia Pessireron reageert vandaag in de Volkskrant op de omstreden uitzending van Nieuwsuur van 11 augustus jl. waarin gepleit werd voor hervorming van de herdenking.

Hoe belangrijk het in stand houden van de Nationale Herdenking 15 augustus 1945 is, werd vanmorgen pijnlijk duidelijk, toen bleek dat het Indisch Monument in Den Haag vannacht was beklad. Ook wij zijn geschokt.

Lees het artikel in de Volkskrant HIER of klik op de foto hieronder.


In Memoriam Rudi Hoenson

Met grote verslagenheid vernamen wij dat woensdag 27 mei jl. Rudolph (Rudi) Hoenson op 96-jarige leeftijd is overleden. Rudi was de laatste Nederlandse ex-dwangarbeider van het Japanse Mitsubishi-kamp Fukuoka 14B. Hij overleefde de atoombom op Nagasaki en zette zich daarna in voor erkenning van zijn mede-veteranen.

Rudi Hoenson werd in 1923 geboren in Semarang, voormalig Nederlands-Indië. Hij genoot van een onbezorgde, zonnige jeugd. Zijn moeder had een damesmodezaak en zijn vader runde diverse bioscopen. De naderende oorlog zou Rudi’s leven voorgoed veranderen.

Het was kort na de Japanse aanval op Pearl Harbour (december 1941) dat Rudi in dienst ging bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) om zijn land te gaan verdedigen tegen de Japanse bezetter. Rudi was toen 18 jaar. Net als tienduizenden andere KNIL-militairen wachtte hem echter 3,5 jaar krijgsgevangenschap.


Hell ship

Na drie maanden in de beruchte Changi gevangenis te Singapore opgesloten te zijn geweest, werd hij op een hell ship, in het ruim opeengepakt met 200 andere krijgsgevangenen, naar Japan getransporteerd. Daar werd hij in kamp Fukuoka 14 tewerkgesteld als lasser op de Mitsubishi-scheepswerf in Nagasaki. Het werk was onmenselijk zwaar. “Je moest op grote hoogte werken in de openlucht, vaak onder extreme weersomstandigheden en zonder enige bescherming of vangnet”, vertelde hij enige jaren geleden aan Task Force Indisch Rechtsherstel (TFIR), de stichting die de laatste jaren zijn belangen behartigt op het gebied van rechtsherstel. “Het is een wonder dat ik het er levend vanaf gebracht heb.”


Atoombom

Op 6 augustus 1945 gooit Amerika de eerste atoombom op Hiroshima. De bom kreeg de eufemistische bijnaam ‘Little Boy’, maar de verwoesting was onvoorstelbaar groot. Amper drie dagen later, op 9 augustus om 2 minuten over 11 ‘s morgens, volgde de tweede atoombom ‘Fat Man’, ditmaal op Nagasaki. Het aantal doden van de atoombom op het dichtbevolkte Hiroshima wordt eind 1945 geschat op circa 250.000 en 70.000 in Nagasaki. De aantallen slachtoffers liepen verder op als gevolg van stralingsziekten zoals kanker. Wat vaak vergeten wordt, is dat in en nabij Hiroshima en Nagasaki ook diverse krijgsgevangenkampen gelegen waren. Onder de slachtoffers bevonden zich ook Nederlandse krijgsgevangenen.

Rudi Hoenson overleefde de bom op Nagasaki. Wat hij en zijn lotgenoten hebben meegemaakt is onvoorstelbaar afschuwelijk. Alles was weggevaagd of stond in brand. Overal lagen zwaar verminkte lijken en het gebied was bezaaid met lichaamsdelen. “Dante’s hel was er niets bij.” De beelden, met name die van de dode vrouwen en kinderen te midden van de brandende chaos bleven hem kwellen in nachtmerries, vooral op latere leeftijd.


Na de oorlog

Na de oorlog verliet Rudi het KNIL en vertrok naar Nederland. Hij was ernstig ziek en kampte nog jaren met de lichamelijke gevolgen van de straling. In 1951 emigreerde hij naar Canada, waar hij door hard te werken een succesvol zakenman werd. Rudi trouwde in 1956 met de Canadese Sylvia Mae, de liefde van zijn leven. “Zij was mijn redding. Ik heb het aan haar te danken dat ik erbovenop gekomen ben.”

Rudi begon zich in te zetten voor diverse goede doelen, waaronder de zorginstelling voor bejaarde oorlogsveteranen in zijn woonplaats Victoria. Na de dood van zijn vrouw in 2008 concentreerde hij zich op het doorgeven van zijn verhaal, zodat zijn kameraden uit kamp Fukuoka 14 niet vergeten zouden worden.


Strijd tegen onrecht

Een deel van Rudi’s verhaal betreft het uitgebleven rechtsherstel van KNIL-militairen en ambtenaren uit het voormalig Nederlands-Indië. Nederland is het enige land ter wereld dat haar personeel nooit de 3,5 jaar achterstallig salaris heeft uitbetaald waar het recht op had, over de tijd dat zij in Japanse krijgsgevangenschap moesten doorbrengen. Dat onrecht is anno 2020 nog steeds niet naar behoren opgelost.

Eind 2015, na 70 jaar protest vanuit de Nederlands-Indische gemeenschap, kwam de zogeheten backpay-regeling tot stand: aan een handjevol hoogbejaarde rechthebbenden werd een eenmalige tegemoetkoming van 25.000 euro uitgekeerd. Adder onder het gras bleek de peildatum: je moest op 15 augustus 2015 nog wel in leven zijn, dus weduwen en andere nabestaanden van rechthebbenden die vóór de peildatum waren overleden, werden uitgesloten van de regeling. Bovendien zou het werkelijke bedrag met indexatie ruim het driedubbele moeten bedragen.

Rudi Hoenson vond het een grote schande en heeft dat middels een open brief aan de toenmalige staatssecretaris van VWS, Martin van Rijn, kenbaar gemaakt. Hoenson schonk per direct het ontvangen bedrag aan de zorginstelling voor oorlogsveteranen in zijn woonplaats. Hij vond het verschrikkelijk dat de Nederlandse regering de weduwen en nabestaanden zo in de kou liet staan. “Ik zou mij werkelijk schamen als ik dit geld zou uitgeven voor mijn eigen plezier, terwijl duizenden andere rechthebbenden dit bedrag niet van u hebben mogen ontvangen”, schrijft Hoenson. Zijn brief ging viraal op sociale media.


Erkenning

Zoals veel vergeten KNIL-militairen uit de Tweede Wereldoorlog had Rudi Hoenson nooit de militaire onderscheidingen ontvangen waar hij recht op had. Marco Huysdens, die zich vrijwillig en belangeloos inzet voor deze erkenning voor KNIL-militairen heeft Rudi alsnog kunnen voordragen voor zijn welverdiende Mobilisatie Oorlogs Kruis en het Ereteken Orde en Vrede. In zijn speech tijdens de uitreiking zei Rudi: “Ik deel deze eer met al mijn mede-veteranen die ook recht hadden op deze onderscheidingen, maar deze nooit hebben ontvangen.”

In 2017 werd Hoenson door de Japanse autoriteiten officieel erkend als hibakusha, overlevende van de atoombom op Nagasaki. Het is uitzonderlijk dat geallieerde voormalige krijgsgevangenen dit certificaat ontvangen. Er ging een lange en voor Rudi intensieve aanvraagprocedure aan vooraf. Voor hem was het veel meer dan een papieren certificaat: het betekende een tastbare erkenning van wat hij en zijn mede-krijgsgevangenen van Fukuoka 14 in Nagasaki hadden meegemaakt.

Rudi bleef aandacht te vragen voor de mannen van Fukuoka 14. Hij hield toespraken tijdens herdenkingen en gaf interviews aan de Canadese kranten, radio en tv. Ook plantte hij in de Japanese Gardens in Victoria een bijzonder boompje, afkomstig van een zaadje van een Ginkgo Biloba (Japanse notenboom) dat de atoombom op Hiroshima had overleefd.

Hij schreef een bijzonder gedicht over wat hem was overkomen: ‘Atom Lament’ (Klaagzang voor een atoombom), dat hij graag voordroeg. Rudi Hoenson liet geen enkele gelegenheid onbenut om een ieder te waarschuwen voor de gruwelen van kernwapens. Als ervaringsdeskundige deed het hem veel pijn om te zien dat veel landen in dat opzicht nauwelijks iets hadden geleerd van de Tweede Wereldoorlog. Rudi pleitte dan ook vol vuur voor een kernwapenvrije wereld.


Monument

Het was zijn grootste wens om een monument ter nagedachtenis van de krijgsgevangenen te realiseren op de locatie van kamp Fukuoka 14 te Nagasaki. Alle pogingen daartoe zijn tot nu toe tevergeefs geweest, aangezien die plek nog steeds op het terrein van Mitsubishi ligt. De mannen die net als Rudi door Mitsubishi werden gebruikt om dwangarbeid te verrichten op de scheepswerf van het Japanse bedrijf kregen nooit excuses, noch compensatie.

Het omstreden oorlogsverleden van Mitsubishi haalde onlangs nog het nieuws toen het voor een slordige 4 miljard euro de nieuwe eigenaar werd van het Nederlandse energiebedrijf Eneco. Ook toen weigerde Mitsubishi elk contact met slachtoffers en nabestaanden. Ondanks dat Rudi na 75 jaar niet meer zat te wachten op excuses, wist hij dat het voor anderen wel degelijk van belang zou kunnen zijn voor de verwerking en afsluiting van een uitermate pijnlijk hoofdstuk in een mensenleven.


Bijzonder mens

Rudi was een bijzonder mens met een enorm doorzettingsvermogen, grote levenslust en een heerlijk gevoel voor humor dat hij ondanks alle ellende nooit kwijtraakte. Rudi’s verhaal is er een dat het verdient om verteld te blijven worden. Het leert ons te relativeren, het vertelt ons over de irrationaliteit van oorlog en over hoe belangrijk het is om iets goeds te doen voor een ander. We zullen zijn verhaal blijven vertellen.

Rudi Hoenson zou op 7 juli a.s. 97 jaar geworden zijn. We zullen je vreselijk missen, Rudi. Het was een groot voorrecht om je te kennen. Selamat Jalan.


In Memoriam: Rudi Hoenson (7 juli 1923 – 27 mei 2020)

test

 test